Misschien heeft u wel eens gehoord van bio-ethanol als brandstofbron, en van ethanol als alcoholsoort – met name als het soort alcohol dat in alcoholische dranken zit. Maar wat zijn de verschillen tussen de ethanol in dranken als whisky en wodka, en de bio-ethanol die gebruikt wordt als brandstof voor open haarden en zelfs auto’s?

Ethanol en bio-ethanol zijn scheikundig gezien precies hetzelfde – een eenvoudige alcohol. De verschillende namen verwijzen echter naar de manier waarop ze worden geproduceerd. Ethanol is de naam van de stof zelf, hoe die ook wordt gemaakt, terwijl bio-ethanol verwijst naar een brandstof die wordt geproduceerd door een proces van fermentatie van een biomassa die suikers bevat, wat kan bestaan uit alles van suikerriet en andere voedingsgewassen zoals artisjokken, tot houtsnippers, afvalstro, of zaagsel, en daaruit de ethanol distilleert. Over het algemeen wordt bij de productie van bio-ethanol gestreefd naar een zo milieuvriendelijk mogelijke productie en naar een zo groot mogelijke opbrengst van zuivere bio-ethanol als brandstof, met een minimum aan land dat nodig is voor de teelt van het voedingsgewas.

Omdat bio-ethanol in feite zuivere ethanol is, wordt het, wanneer het wordt verkocht als brandstof voor bijvoorbeeld open haarden, “gedenatureerd” om het een zeer onaantrekkelijke smaak te geven en menselijke consumptie te voorkomen, vergelijkbaar met de verkoop van zuivere alcoholen als schoonmaakmiddelen.